Ventilatie

Goed ventileren in de woning is essentieel voor een prettig en gezond leefklimaat in de woning. Met een balansventilatiesysteem wordt de benodigde lucht aan- en afvoer door de installatie in balans gebracht.

Om het warmteverlies te beperken bij het ventileren is een balansventilatie met warmteterugwinning de ideale oplossing.

De toevoeging van warmteterugwinning (WTW) zorgt ervoor dat de schone koude buitenlucht wordt voorverwarmd door de vervuilde warme binnenlucht uit de woning. Door de toepassing van CO2 sturing wordt er aan de bewoners een optimaal gebruikersgemak en gezond leefklimaat geboden.
Op basis van de luchtkwaliteit in de woning wordt er indien benodigd frisse lucht toegevoegd in de woning. Het balansventilatiesysteem staat bij u op zolder in de installatiekast. De CO2 sensoren hangen bij u in de woonkamer en op de overloop van de eerste verdieping.

Werking & componenten

Uw woning is uitgerust met een gebalanceerd ventilatiesysteem dat zorgt voor optimaal gebruikersgemak en een gezond leefklimaat voor u als bewoner.

Ventileren betekent dat vervuilde binnenlucht wordt vervangen door schone buitenlucht. De lucht in uw woning wordt vervuild door CO2 productie bij ademen, vochtproductie bij koken, douchen, wassen en drogen, schoonmaken enzovoorts. Vroeger ging het ventileren van een woning bijna vanzelf; de frisse lucht kwam via kieren en spleten de woning binnen. Door de huidige luchtdichte bouwwijze en goede kierdichting bij deuren en ramen, moet u er zelf opletten dat uw woning goed geventileerd wordt. Hieronder wordt de werking en bediening van het gebalanceerde ventilatiesysteem nader toegelicht.

Om voldoende te ventileren is uw woning uitgerust met een mechanisch ventilatiesysteem dat gelijktijdig binnenlucht via toiletruimte, badkamer en keuken afzuigt en buitenlucht in de slaapkamers en woonkamer blaast. Doordat de luchtstromen elkaar ‘passeren’ in een warmtewisselaar, wordt warmte van de af te voeren binnenlucht over gedragen op de verse buitenlucht. De ventilatielucht wordt hiermee tijdens de stookperiode voorverwarmd.

De woningen zijn uitgerust met een CO2-gestuurd WTW-systeem. Op basis van het CO2-niveau en de temperatuur in de woning bepaalt het systeem continu hoeveel verse lucht moet worden aan- en afgevoerd. Alleen de werkelijk nodige hoeveelheid lucht wordt aangevoerd, zodat er geen energie wordt verspild aan het opwarmen van overtollige lucht. ’s Winters verwarmt de WTW-unit de in te blazen lucht eerst voor. Dit bespaart weer energie voor het verwarmen van de woning. Op warme dagen wordt de warme lucht afgevoerd en wordt ’s avonds koele lucht in de woning geblazen.

Onderhoud

De afzuigventielen van de mechanische ventilatie verzamelen vet en vuil door de afvoer van vervuilde lucht. Het is daarom noodzakelijk om ze regelmatig schoon te maken. Dit kunt u heel eenvoudig doen door een vochtige doek langs het afzuigventiel te halen. De meeste afzuigventielen kunt u geheel of gedeeltelijk uit het kanaalsysteem halen en met een zachte zeepoplossing in zijn geheel reinigen.

De filters van de ventilatie unit dienen om de zes maanden vervangen te worden en dienen maandelijks schoongemaakt te worden (filters stofzuigen). Één maal per jaar worden de filters vervangen tijdens onderhoudswerkzaamheden als u de woning huurt of een serviceovereenkomst heeft. Er is een timer in de unit aanwezig dit het aantal dagen aftelt, hierna zal de melding FIL verschijnen die aangeeft dat de filters moeten worden vervangen, als u reeds een paar weken eerder de filters hebt vervangen dan kunt u op de knop OK drukken waarna de melding verdwijnt, het systeem heeft GEEN sensor die waarneemt hoe vuil de filters zijn.
Hieronder vindt u een instructiefilm hoe de filters vervangen dienen te worden.

 

Het wordt geadviseerd om één maal in de acht jaar de luchtkanalen te laten reinigen; Huurt u de woning of heeft u een service-contract dan wordt dit uitgevoerd tijdens onderhoudswerkzaamheden.

Bediening ventilatiesysteem

Om een goed leefklimaat in uw woning te kunnen realiseren zijn zone 1 en 3 (woonkamer en overloop) voorzien van een CO2-sensor. De CO2-sensor kan gebruikt worden om behoefte afhankelijk te ventileren. De sensor dient voor het meten van CO2-concentratie in een zone. Op deze wijze wordt er meer of minder geventileerd, afhankelijkvan de vereiste (gezonde) luchtkwaliteit. De sensor heeft 3 LED’s, waarmee de actuele CO2-waarde wordt weergegeven:
• Groen (<800ppm) • Oranje (800-1200ppm) • Rood (>1200 ppm)
Bij een lage CO2-concentratie draait de ventilator langzaam, bij een hoge concentratie draait de ventilator sneller.

Middels de knop op de sensor kiest de gebruiker uit 4 ventilatiestanden:

• afwezig; • aanwezig; • maximaal; • ‘AutoCO2’.

De gekozen stand wordt aangeduid middels een blauwe LED.

zehnder

In de stand ‘AutoCO2’ wordt de ventilatie automatisch geregeld op basis van de CO2-concentratie, de makkelijkste stand om de ventilatie ‘slim’ te regelen. Er wordt dan ook geadviseerd deze ‘AutoCO2’ stand zoveel mogelijk te gebruiken.

Wanneer u kiest voor een handmatige bediening, adviseren we bij afwezigheid het systeem in de laagste stand te zetten (stand ‘afwezig’). Is er iemand thuis, dan kunt u de ventilatie op ‘aanwezig’ zetten. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat extra vervuilde lucht wordt afgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld zijn tijdens het koken en douchen, maar ook als er veel bezoek is. U kunt dan het beste de hoogste stand (‘max’) gebruiken. Laat als u klaar bent bij voorkeur de mechanische ventilatie nog een half uur op de hoogste stand aanstaan, zodat alle vocht en luchtjes verdwenen zijn.

In geval van een luchtalarm (een sirene die gebruikt wordt om de bevolking te waarschuwen voor gevaarlijke situaties), trek dan de stekker van de unit uit het stopcontact in de installatiekast. Zo voorkomt u dat gevaarlijke lucht de woning binnen komt.

Het ventilatiesysteem optimaal gebruiken

Ventileer de woning continu via de laagstand van de mechanische ventilatie of middels ‘AutoCO2’ stand; Zorg dat de ventilatielucht door de woning kan circuleren, door de kier onder de binnendeuren vrij te houden.

Ventileer extra door de mechanische ventilatie op een hogere stand te zetten tijdens het koken, andere activiteiten waarbij de binnenlucht wordt belast, zoals hobby’s waarbij oplosmiddelen vrijkomen. Ook bij veel bezoek is extra ventilatie wenselijk;

Indien gewenst kan de badkamerventilatie handmatig worden verhoogd door het bedieningspaneel op de overloop op maximaal te zetten;

Een extra afvoer van bijvoorbeeld de wasdroger kunt u niet aansluiten op het ventilatiesysteem, noch in de keuken noch in de badkamer.

Reinig filters en ventielen regelmatig, zodat de kwaliteit van de binnenlucht goed blijft. De filters dienen om het half jaar te worden vervangen, er is een timer in de unit aanwezig dit het aantal dagen aftelt, hierna zal de melding FIL verschijnen die aangeeft dat de filters moeten worden vervangen. Op onze site onder het kopje “Onderhoud” vindt u de beschrijving en instructiefilmpje hoe de filters vervangen dienen te worden;

U dient ramen en deuren gesloten te houden als de buitentemperatuur koeler is dan de binnentemperatuur;

De mechanische ventilatie heeft geen koelfunctie!
Wordt het binnen te warm, dan kunt u de thermostaat van de vloerverwarming op de laagstand zetten (circa 15°C).

Bij warme buitentemperaturen raden wij aan om de mechanische ventilatie in te stellen op de functie om alleen lucht af te zuigen, zo wordt er geen lucht toegevoegd. Deze functie is te activeren door de geel gearceerde knop gedurende een paar seconden in te houden tot het groene lampje omspringt.

Daarnaast in de avonden en nachten als het koeler is voornamelijk te ventileren met ramen en deuren. Als de temperaturen buiten weer koeler zijn dan binnen kunt u het systeem weer op de functie zetten om af te zuigen en lucht toe te voeren. Deze functie is terug te zetten door de groen gearceerde knop gedurende een paar seconden in te houden tot het groene lampje omspringt.

Veelgestelde vragen

Dit is geen storing maar een melding die vanuit zichzelf weer zal verdwijnen. Een rode punt op het display geeft aan dat debypass in de WTW unit is geopend.

De sifon onder de WTW unit, welke dient als stankslot, kan leeg staan. Deze dient weer bijgevuld te worden.

Het borrelend geluid in de installatiekast dat afkomstig is van de afvoer van de WTW-unit kan verholpen worden door de sifon bij te vullen. Mocht dit niet baten dan kunt u nog de ontluchting van de afvoer dichtmaken door hier iets op te plakken of in te stoppen, let hierbij wel erop dat het een voorwerp is dat niet verstopt kan gaan zitten in de afvoer. De plek van de ontluchting is onder de groene overdrukknop naast de warmtepomp.

 

Zet uw mechanische ventilatie uit!

Dit kan door middel van de stekker uit het stopcontact te trekken, dit is de grijze stekker in het stopcontact op de groepenverdeler in de installatiekast.

Deze storing komt vaker voor als er buiten koude temperaturen zijn, door de unit 5 min spanningsloos te maken en hierna weer in te schakelen is de storing verholpen.
Komt de storing direct terug, dient u contact op te nemen met het storingsnummer dat bij u bekend is.

De standaard comforttemperatuur die is ingesteld voor de mechanische ventilatie is 20 graden. Als u de comforttemperatuur van de warmtepomp hoger heeft dan 20 graden zal de lucht uit de ventilatieroosters al snel koud aanvoelen vanwege het temperatuurverschil.

Daarom adviseren wij om bij een hoge comforttemperatuur van de warmtepomp ook de comforttemperatuur van de mechanische ventilatie te verhogen.

De comforttemperatuur van de mechanische ventilatie is aan te passen door de volgende instructies toe te passen op de mechanische ventilatie kast zelf (niet op de thermostaat of bedieningskastjes in de woonkamer en overloop):

  1. Druk langer dan 2 seconden op het thermometer-teken
    – Wacht totdat de comforttemperatuur knippert
  2. Kies met de plus of min knoppen de gewenste comforttemperatuur.
  3. Druk kort op het thermometer-teken om te bevestigen en terug te keren.

 

De mechanische ventilatie heeft geen koelfunctie!
Wordt het binnen te warm, dan kunt u de thermostaat van de vloerverwarming op de “laagstand” zetten (circa 15°C).

Bij warme buitentemperaturen raden wij aan om de mechanische ventilatie in te stellen op de functie om alleen lucht af te zuigen, zo wordt er geen lucht toegevoegd. Deze functie is te activeren door de geel gearceerde knop gedurende een paar seconden in te houden tot het groene lampje omspringt.

Daarnaast in de avonden en nachten als het koeler is voornamelijk te ventileren met ramen en deuren. Als de temperaturen buiten weer koeler zijn dan binnen kunt u het systeem weer op de functie zetten om af te zuigen en lucht toe te voeren. Deze functie is terug te zetten door de groen gearceerde knop gedurende een paar seconden in te houden tot het groene lampje omspringt.